Haarlem is supersuf, maar wat kan je er goed wonen!
Op 15 september 2022 vond het jaarlijks Bouwend Haarlem congres ‘Haarlem na 2030: hoe maken we samen we de stad?’ plaats in de Lichtfabriek in Haarlem. We hebben in Haarlem een grote vraag naar woningen, we willen verduurzamen en vergroenen, we willen Haarlemmers laten werken in haar eigen stad. Zomaar een aantal ambities waar we rekening mee moeten en willen houden bij ontwikkelingen in de stad en waarom we graag samenkomen om het gesprek hierover aan te gaan. Moderator Jacqueline van de Sande heette de deelnemers welkom en wethouder Robbert Berkhout verzorgde het openingswoord. Hij onderschrijft de schaarse ruimte in Haarlem en urgentie om integraal samen te werken aan ontwikkeling in de stad. Een grote, maar mooie uitdaging waar wij ons gezamenlijk voor in willen zetten. Ook wethouder Bas van Leeuwen en de burgemeester Jos Wienen waren aanwezig: de thematiek leeft, de urgentie is hoog, we willen met alle aanwezige partijen werken aan het zetten van stappen de komende jaren.
Op het programma stonden drie inspirerende sprekers.
Van de sneltreinvaart waarin Farid ons heeft meegenomen in de sociale vraagstukken, neemt Emiel Reiding ons geduldig mee door de (woningbouw)vraagstukken die op de metropoolregio Amsterdam afkomt. Hij is secretaris-directeur van de MRA en schetst de regionale situatie en de positie van Haarlem daarin. Die positie is veranderd, waar Haarlem lang met de rug naar de MRA heeft gelegen heeft Haarlem nu meer het gezicht in de richting van de MRA gekeerd. En dat is te merken. Er wordt hard gewerkt aan het realiseren van vele woningen op relatief korte termijn. Maar hoe doen we dit nu? En hoe pakken wij dit aan na 2030? Er zijn veel beperkende factoren die op korte termijn roet in het eten dreigen te gooien. Er is natuurlijk sprake van prijsstijgingen en druk vanuit de stikstofhoek, maar ook moeten we denken aan energietransitie en klimaatadaptatie. Daarom werken rijk, MRA en Haarlem samen om de problemen op te lossen en ook financieel elkaar te ondersteunen. Deze vraagstukken moeten worden opgelost en dat kan alleen met een breed perspectief. Dit maakt het kansrijk om grote ontwikkellocaties mogelijk te maken. Maar Emiel is daar niet altijd groot voorstander van. Hier ligt een spanningsveld van de korte en lange termijn. Grote locaties zijn ingewikkeld en duren lang. Kleinschaligere oplossingen kunnen eenvoudiger ingepast worden zonder grootschalige problemen. Het overwegen waard? In ieder geval stof tot nadenken.




